KERK VAN DE HEILIGE RECHTGELOVIGE GROTE VORST ALEXANDER NEVSKY TE ROTTERDAM
KERK VAN DE HEILIGE RECHTGELOVIGE GROTE VORST ALEXANDER NEVSKY
TE ROTTERDAM
English РУССКИЙ 
DE BISSCHOPPELIJKE JUBILEUM SYNODE VAN DE RUSSISCH-ORTHODOXE KERK
DE BISSCHOPPELIJKE JUBILEUM SYNODE

VAN DE RUSSISCH-ORTHODOXE KERK


13-16 augustus, 2000, Moskou

DE GRONDSLAGEN VAN HET MAATSCHAPPELIJK CONCEPT
VAN DE RUSSISCH-ORTHODOXE KERK




Vertaling: Vader Sergi Merks

XI. De persoonlijke en de nationale gezondheid


XI. 1. De Kerk heeft zich altijd beziggehouden met de gezondheid van de mens, zowel de geestelijke als de lichamelijke. Vanuit Orthodox perspectief is de lichamelijke gezondheid, los van de geestelijke, geen doel op zichzelf. Als onderdeel van Zijn prediking in woord en daad genas Onze Heer Jezus Christus vele mensen, waarbij Hij niet slechts aandacht schonk aan het lichaam, maar bovenal juist aan de geest, met het oog op de integriteit van de persoonlijkheid. Volgens onze Verlosser Zelf genas Hij "de gehele mens" (Joh. 7:23). De prediking van het Evangelie ging gepaard met genezingen als tekenen van de kracht van de Heer om zonden te vergeven. Genezing was ook een integraal gedeelte van de apostolische prediking. De Kerk van Christus, die door haar Goddelijke Stichter bekleed is met iedere gave van de Heilige Geest, was al vanaf het begin een gemeenschap van genezing en ook vandaag nog herinnert zij haar kinderen in het Sacrament van de Biecht aan het feit dat men als het ware binnenkomt in een ziekenhuis om er genezen weer uit te komen.

De bijbelse houding ten opzichte van de geneeskunde wordt het meest duidelijk tot uitdrukking gebracht in het boek Jezus Sirach: "Waardeer de arts, want u hebt hem nodig en ook hij is door de Heer geschapen; want al komt de genezing van de Allerhoogste, hij krijgt van de koning een geschenk... De Heer laat de aarde geneeskrachtige kruiden voortbrengen en een verstandig man wijst die niet af... Hijzelf heeft de mensen hun kennis gegeven om verheerlijkt te worden in zijn wonderbare werken. Met die kruiden stilt de arts de pijn en de apotheker maakt er balsem van. Aan de werken van de Heer komt nooit een einde en van Hem komt genezing over de aarde. Mijn kind, wees niet onnadenkend als u ziek bent, maar bid tot de Heer, want Hij is het die geneest. Vermijd de zonden en wees rechtschapen en reinig uw hart van alle ongerechtigheid... En ook voor de arts moet u een plaats inruimen, want ook hij is door de Heer geschapen; laat hem niet van u wijken, want ook hem heeft u nodig. Er zijn immers ogenblikken dat de goede afloop in hun handen ligt, want ook zij bidden de Heer dat Hij hun een gelukkige diagnose en genezing geeft tot behoud van het leven" (Sirach 38:1-2, 4, 6-10, 12-14). De beste vertegenwoordigers van de klassieke geneeskunde die opgenomen zijn in de gemeenschap der heiligen, gaven blijk van een speciale vorm van heiligheid - de onbaatzuchtigheid en het doen van wonderen. Zij werden niet slechts vereerd omdat zij niet zelden de marteldood stierven, maar ook omdat zij hun geneeskundige roeping aanvaardden als een Christelijke opdracht tot barmhartigheid.


De Orthodoxe Kerk heeft de geneeskunde altijd met veel respect bejegend, wanneer zij gebaseerd is op de dienst van de liefde om het lijden van de mens te voorkomen of te verzachten. Het herstel van de menselijke natuur die door ziekte is aangetast, kan men zien als de vervulling van de bedoeling van God met de mens. "En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heer Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn" (1 Tes. 5:23). Het lichaam, bevrijd van de slavernij van zondige hartstochten en ziekten als hun consequenties , moet ten dienste staan van de ziel, terwijl de geestelijke krachten en vermogens, getransformeerd door de genade van de Heilige Geest, moeten streven naar de uiteindelijke bedoeling en roeping van de mens: de vergoddelijking. Iedere ware genezing moet men zien als een onderdeel van dit wonder van genezing, zoals dat door de Kerk van Christus tot stand wordt gebracht. Het is echter belangrijk om de helende kracht van de genade van de Heilige Geest, gegeven in het geloof in de Ene Heer Jezus Christus door de deelname aan de kerkelijke Sacramenten, te onderscheiden van bezweringen, formules en andere magische manipulaties en bijgeloof.

Vele ziekten zijn nog ongeneeslijk en veroorzaken lijden en dood. Geconfronteerd met dit soort ziekten moet de Orthodoxe Christen altijd vertrouwen hebben in de algoede wil van God en bedenken dat de zin van het leven niet beperkt is tot het aardse leven, dat in feite een voorbereiding is op de eeuwigheid. Het lijden is niet slechts een consequentie van de persoonlijke zonde, maar ook van de algehele aantasting en beperktheid van de menselijke natuur en moet als zodanig ondergaan worden met geduld en hoop. Christus neemt het lijden vrijwillig op Zich tot redding van het menselijk ras: "...en door zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53:5). Dat wil zeggen dat het God behaagd heeft het lijden tot een middel van verlossing en loutering te maken, en mogelijk voor een ieder die het met deemoedigheid en vertrouwen in de algoede wil van God ondergaat. Volgens de heilige Johannes Chrysostomos is "degene die geleerd heeft God te danken voor zijn ziekte niet ver van de heiligheid". Dat wil echter niet zeggen dat een dokter of een patient de ziekte niet zou mogen bestrijden. Maar wanneer de menselijke mogelijkheden zijn uitgeput, moet de Christen zich bedenken dat Gods kracht volmaakt is in de zwakte en dat hij in de diepten van het lijden Christus kan ontmoeten, Die Zelf onze ziekten en smarten op Zich heeft genomen (Jes. 53:4).

XI. 2. De Kerk roept haar priesters en alle gelovigen op om tegenover degenen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn te getuigen van hun Christelijke geloof. Het is zeer belangrijk dat zowel de docenten als de studenten in de geneeskunde bekend moeten worden gemaakt met de basisprincipes van de Orthodoxie en de Orthodox-georienteerde biomedische ethiek. (zie XII). De geestelijke verzorging van de Kerk op het gebied van de gezondheidszorg ligt met name in de uitdraging van het woord van God en het offer van de genade van de Heilige Geest aan hen die lijden en degenen die voor hen zorgdragen. Centraal daarin staat de deelname van patienten aan de heilbrengende Sacramenten, het creeren van een atmosfeer van gebed in de klinieken en een uitgebreide liefdadige ondersteuning van de patiënten. De kerkelijke missie in de medische sfeer is niet slechts een plicht voor de geestelijkheid, maar ook voor de Orthodoxe leken die in de gezondheidszorg werkzaam zijn en opgeroepen worden alle mogelijke voorwaarden te scheppen voor het verlenen van religieuze troost aan diegenen die daar direct of indirect om vragen. Een gelovig medicus moet begrijpen dat een persoon die zijn hulp nodig heeft, niet slechts om een juiste behandeling vraagt, maar ook om spirituele steun, met name wanneer hij een levensbeschouwing aanhangt, waarin zich het geheim van het lijden en de dood openbaart. Het is de plicht van iedere Orthodox die in de gezondheidszorg werkzaam is, om voor de patient de barmhartige Samaritaan uit het Evangelie te zijn.

De Kerk geeft haar zegen aan de Orthodoxe Broederschappen en Zustercongregaties die werkzaam zijn in de ziekenhuizen en andere gezondheidsinstellingen en die helpen om zowel ziekenhuiskerken als kerk- en kloosterziekenhuizen op te richten,
zodat de medische hulp in alle stadia van de behandeling gecombineerd kan worden met pastorale zorg. De Kerk vraagt haar gelovigen dringend alle mogelijke steun te geven aan de zieken om het menselijk lijden te verlichten met een zachtmoedige liefde en zorg.

XI. 3. Voor de Kerk is het probleem van de persoonlijke en nationale gezondheid geen externe en puur sociale aangelegenheid, want het heeft direct betrekking op haar missie in deze door zonde en gebreken aangetaste wereld. De Kerk heeft tot taak om, in samenwerking met de betreffende overheidsinstanties en publieke organisaties, deel te nemen aan de ontwikkeling van een nationale gezondheidszorg, waarbij iedere persoon een beroep kan doen op zijn recht op een geestelijk, lichamelijk en psychisch gezond leven en maatschappelijk welzijn onder een maximale levensverwachting.

De relatie tussen arts en patient moet gebaseerd zijn op het respect voor de integriteit, vrije keuze en waardigheid van de persoonlijkheid. Het is ontoelaatbaar een persoon te manipuleren, zelfs met de beste bedoelingen. De Kerk kan niet anders dan de huidige ontwikkelingen in de arts-patiënt relatie te verwelkomen. Deze benadering is vast geworteld in de Christelijke traditie, hoewel er een neiging is deze relatie te reduceren tot een puur contractueel niveau. Tegelijkertijd moet er op gewezen worden dat het traditionele 'paternalistische' model van de relatie tussen arts en patient, terecht bekritiseerd omdat daarmee de willekeur van de arts regelmatig werd gerechtvaardigd, toch ook een waarlijk vaderlijke benadering van de patient kan bieden, afhankelijk van de moraliteit van de arts.

Zonder een voorkeur uit te spreken voor enig model van medische hulpverlening, gelooft de Kerk dat deze hulpverlening maximaal effectief en bereikbaar moet zijn voor alle leden van de samenleving, ongeacht hun financiele mogelijkheden en sociale status, ook in een situatie van beperkte medische middelen. Om een eerlijke distributie van deze middelen mogelijk te maken moet het criterium van de 'noodzakelijke levensbehoeften' prevaleren boven dat van de 'marktwerking'. Een arts mag nooit de mate van verantwoordelijkheid voor het geven van medische hulp relateren aan de hoogte van de financiële beloning, waarmee hij zijn beroep reduceert tot een bron van verrijking. Aan de andere kant is het een belangrijke taak van de samenleving en de overheid om degenen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn op een gepaste manier te belonen.

Terwijl de Kerk het nut van de geneeskunde die zich meer baseert op prognose en preventie erkent en de integrale conceptie van gezondheid en ziekte verwelkomt, waarschuwt zij tegen de pogingen om een bepaalde medische theorie te verabsoluteren, en herinnert zij aan de grote betekenis van het accentueren van het spirituele aspect van het menselijk leven. Op grond van haar eeuwenoude ervaring waarschuwt de Kerk ook voor het gevaar dat er schuilt in de introductie van occulte en magische praktijken onder het mom van 'alternatieve geneeskunde', omdat deze praktijken de wil en het bewustzijn van de mens onderwerpen aan de invloed van demonische krachten. Iedere persoon moet het recht en een reele mogelijkheid hebben deze methoden, die zijn organisme beinvloeden op een wijze die niet in overeenstemming is met zijn eigen religieuze opvattingen, te verwerpen.

De Kerk herinnert de gelovigen eraan dat de fysieke gezondheid geen doel op zichzelf is, omdat het maar één van de aspecten is van een integraal menselijke wezen. Maar zij gaat er wel vanuit dat het in het kader van de persoonlijke en nationale gezondheid belangrijk is om preventieve maatregelen te nemen en reële mogelijkheden voor de mensen te creeren om zich bezig te kunnen houden met allerlei soorten van sportbeoefening. Competitie is een natuurlijk gegeven in de sport. Maar haar extreme vercommercialisering en de daaruit voordvloeiende cultus van trots, een ruïnerend dopinggebruik en bovenal de wedstrijden waarin bewust ernstige verwondingen worden toegebracht, kan niet worden getolereerd.

XI. 4. De Kerk moet met grote bezorgdheid constateren dat de volkeren die zij traditioneel onder haar spirituele hoede had, zich vandaag de dag in een staat van demografische crisis bevinden. Het geboortecijfer en de gemiddelde levensverwachting zijn dramatisch gedaald, terwijl daardoor de totale bevolking voortdurend in aantal afneemt. Het leven wordt bedreigd door epidemieen, toenemende hart- en vaatziekten, geestesziekten, venerische aandoeningen en andere kwalen, alsmede drugsverslaving en alcoholisme. Kinderziekten, waaronder imbeciliteit, zijn ook toegenomen. De demografische problemen lijden tot een deformatie van de sociale structuren, zij tasten het creatieve potentieel van het volk aan en zijn een van de oorzaken van de verzwakking van het gezinsleven. De belangrijkste oorzaken van de ontvolking en de gezondheidscrises van deze volkeren in de twintigste eeuw zijn oorlogen, revoluties, honger en de massale repressie waaraan men heeft blootgestaan, die de sociale crisis aan het einde van de eeuw nog heeft verergerd.

De Kerk heeft zich voortdurend beziggehouden met de demografische problemen. Zij voelt zich verplicht om de wetgevende en bestuurlijke processen op de voet te volgen om zodoende maatregelen die de situatie nog verergeren, te voorkomen. Het is belangrijk een constante dialoog met de overheid en de massamedia aan te gaan om de kerkelijke standpunten aangaande het beleid met betrekking tot de problemen in de demografie en de volksgezondheid uit te dragen. De strijd tegen de ontvolking moet opgenomen worden in de actieve ondersteuning van medische research en sociale programma's die het moederschap en het kindschap, het embryo en de pasgeborenen beschermen. De overheid wordt opgeroepen om met alle mogelijke middelen de geboorte en een behoorlijke opvoeding van kinderen te ondersteunen.

XI. 5. De Kerk beschouwt geestesziekten als manifestaties van de algemene zondige vervorming van de menselijke natuur. Met in achtneming van de spirituele, mentale en lichamelijke niveaus in de structuur van de persoonlijkheid maakten de heilige vaders een verschil tussen de ziekten die zich 'vanuit de natuur' ontwikkelden, en ziekten die werden veroorzaakt door duivelse invloeden of verslavende menselijke hartstochten. Uitgaande van dit onderscheid is het niet te verdedigen om alle geestesziekten te reduceren tot manifestaties van bezetenheid, waarop een ongegrond exorcisme van kwade geesten zou moeten volgen, alswel de gedachte dat geestelijke kwalen slechts met medische middelen te genezen zouden zijn. Het is vruchtbaarder om in de psychotherapie te komen tot een combinatie van pastorale en medische hulp, waarbij een duidelijke grens wordt getrokken tussen de verantwoordelijkheden van de arts en de priester.

Geen enkele geestesziekte vermindert de waardigheid van een persoon. De Kerk getuigt van het feit dat een geesteszieke eveneens een drager is van het beeld van God en een broeder van ons blijft, die behoefte heeft aan mededogen en steun. Moreel onaanvaardbaar zijn psychotherapeutische benaderingen die gebaseerd zijn op de onderdrukking van de persoonlijkheid van de patient en de aantasting van zijn waardigheid. Occulte methoden die de psyche beïnvloeden en soms in een wetenschappelijk psychotherapeutisch jasje zijn gestoken, worden door de Orthodoxie categorisch afgewezen. In bepaalde gevallen vereist de behandeling van een geesteszieke zowel isolatie als andere vormen van dwang. Maar in de keuze van een bepaalde vorm van medisch ingrijpen, moet altijd het principe van de minste beperking van de vrijheid van een patiënt in acht worden genomen.

XI. 6. De Bijbel zegt dat "wijn het hart des mensen verheugt" (Ps. 104:15) en dat "het goed is..., wanneer het met mate gedronken wordt" (Sirach (31:27). Maar wij vinden voortdurend zowel in de Heilige Schrift als in de werken van de heilige vaders een strenge veroordeling van de ondeugd van de drankzucht, die ongemerkt leidt tot vele andere verderfelijke zonden. Zeer vaak veroorzaakt de drank de desintegratie van het gezin en brengt het een enorm lijden met zich mee, zowel voor het slachtoffer van deze zondige kwaal als voor zijn familieleden, vooral de kinderen.

"Drankzucht is vijandschap tegenover God... Drankzucht is een vrijwillig toegelaten duivel... Drankzucht jaagt de Heilige Geest weg", schrijft Basilius de Grote. "Drankzucht is de wortel van alle kwaad... De dronkaard is een levend lijk ... Drankzucht op zichzelf kan als straf dienen, zoals het de ziel vult met verwarring, de geest met duisternis en een dronken gevangene creeert, iemand blootstelt aan een onnoemelijk aantal ziektes, innerlijk en uiterlijk... Drankzucht is een veelzijdig en veelkoppig monster... Hier geeft het aanleiding tot ontucht, daar tot woede, hier tot de afstomping van de geest en het hart, daar tot onreine liefde... Niemand gehoorzaamt de zieke wil van de duivel zo getrouw als de dronkaard doet", vermaant de heilige Johannes Chrysostomos. "Een dronken mens is tot ieder kwaad in staat en geneigd tot iedere verleiding... Drankzucht maakt zijn slachtoffer ongeschikt voor elke taak", getuigt de heilige Tichon van Zadonsk.


Nog destructiever is de immer voortschrijdende drugsverslaving - een hartstocht die de verslaafde zeer ontvankelijk maakt voor de invloed van duistere krachten. Ieder jaar verzwelgt deze vreselijke kwaal meer en meer mensen, waarbij velen hun leven verliezen. Het feit dat jonge mensen er het meest bevattelijk voor zijn maakt het tot een bijzondere bedreiging voor de samenleving. Uit puur egoistisch belang instigeert de drugshandel, speciaal onder de jongeren, de ontwikkeling van een speciale 'drug' pseudo-cultuur. Zij legt onvolwassen mensen een stereotiep gedragspatroon op waarin het gebruik van drugs wordt gezien als een 'normaal' en zelfs onontbeerlijk verschijnsel binnen de onderlinge verhoudingen.

De voornaamste reden voor het verlangen van vele van onze tijdgenoten om te vluchten in een door alcoholisme en narcotica opgeroepen illusoire wereld, is de geestelijke leegheid, het verlies van de zin van het leven en vervaagde morele richtlijnen. Drugsverslaving en alcoholisme wijzen op een spirituele ziekte die niet slechts het individu, maar de samenleving in zijn geheel heeft aangetast. Dit is het directe gevolg van de ideologie van de commercie, de cultus van de materiele welvaart, het gebrek aan spiritualiteit en het verlies van authentieke idealen. Vanuit haar pastorale mededogen voor de slachtoffers van alcoholisme en drugsverslaving, biedt de Kerk hen spirituele hulp bij het overwinnen van hun kwaal. Zonder het belang te ontkennen van het verlenen van medische hulp in de meest kritieke stadia van de drugsverslaving schenkt de Kerk speciale aandacht aan de preventie en revalidatie, die het meest effectief zijn wanneer de slachtoffers bewust deelnemen aan het eucharistische en kerkelijke leven.






I. Fundamentele theologische uitgangspunten
II. Kerk en natie
III. Kerk en staat
IV. Christelijke ethiek en het wereldlijk recht
V. Kerk en politiek
VI. De arbeid en zijn vruchten
VII. Eigendom
VIII. Oorlog en vrede
IX. Criminaliteit, straf, moreel herstel
X. Vragen betreffende de persoonlijke, familiaire en maatschappelijke zedelijkheid
XI. Persoonlijk en maatschappelijk welzijn
XII. Problemen met betrekking tot de bio-ethiek
XIII. De Kerk en de ecologische problematiek
XIV. Wereldlijke wetenschap, cultuur en opvoeding
XV. Kerk en massamedia
XVI. Internationale betrekkingen
XVII. Het probleem van de globalisering en de secularisatie





e-mail:    Last Update:
все замечания и предложения присылайте пожалуйста


























SESTRY.RU — Novo-Tikhvinsky nunnery





Rambler's Top100